“De zomer was goed.” Dat hoor ik overal. Op basis van overnachtingen lijkt dat landelijk te kloppen. In juli en augustus telden Nederlandse hotels 2,4% meer overnachtingen dan een jaar eerder.
Zoom je in op de locatie, dan zie je een ander beeld. In de zeven grensprovincies daalden de hotelovernachtingen in dezelfde twee maanden met 4,5%. Juist in het seizoen dat het hotel in de regio moet dragen.
Het landelijke plusje komt volledig uit Noord- en Zuid-Holland. Daar groeiden de hotelnachten met 5,6%. En overnachtingen zeggen nog niets over omzet. In het tweede kwartaal kwam er per overnachting zelfs minder binnen.
Hotelovernachtingen 2026 in de zomer, de vakantiegast koos de stad
In die twee maanden wonnen Noord- en Zuid-Holland 454.000 hotelnachten. De zeven grensprovincies verloren er 177.000. Het verschil zit bijna volledig in de Nederlandse gast. Die boekte in Holland 282.000 hotelnachten meer, en aan de grens 181.000 minder. De buitenlandse gast hield de grens vlak, met plus 0,3%.
Groningen verloor deze zomer bijna een kwart van zijn hotelnachten, bij Nederlandse gasten 28%. Limburg zakte 7,7%, Drenthe 7,1%, Noord-Brabant 5,7% en Zeeland 2,6%.
Alleen Overijssel en Gelderland groeiden, met 3,9% en 2,3%.
Bij Nederlandse gasten groeide Holland deze zomer bijna 20 punten harder dan de grens, het grootste verschil van het jaar.
Hotelovernachtingen 2026 uitgezoomd, geen zomerdip maar een patroon
Of dit meer is dan een zomer, laat een voortschrijdend jaar zien: twaalf maanden opgeteld, tegen de twaalf daarvoor.
Van september 2025 tot en met augustus 2026 telde het CBS 65,2 miljoen hotelovernachtingen, 0,1% minder dan het jaar ervoor. De stagnatie uit de halfjaarcijfers houdt aan.
De kaart van de hotelovernachtingen 2026 laat zien wat dat vlakke cijfer verbergt. Alle zeven grensprovincies verliezen hotelovernachtingen, samen 984.000 nachten, een daling van 5,1%. Noord- en Zuid-Holland groeien met 2,6%, goed voor 1.080.000 nachten extra. Ook van januari tot en met augustus staat de grens op min 6,1%.
Mijn eerste analyse van dit jaar sprak van een Amsterdam-illusie. Het is breder: de hele Hollandse stedenmarkt groeit, Rotterdam zelfs met 12%.
Waarom het landelijke cijfer de grens verbergt
Over twaalf maanden boekten Nederlanders 603.000 hotelnachten minder. Tegelijk boekten Nederlanders in Amsterdam 408.000 hotelnachten meer. De Nederlandse gast verhuist van het hotel in de regio naar het hotel in de stad.
Buitenlandse gasten vangen de rest op, met 524.000 hotelnachten meer.
Dat de pijn aan de rand zit, is de oude wet van vraag en aanbod. Zakt de vraag, dan merk je dat niet op een zaterdag in het hoogseizoen in de stad. Je merkt het eerst op de zondag in het laagseizoen. En aan de rand: buiten de stad of aan de rand van de regio. Of vlak bij een grens met een lager btw-tarief.
De cijfers volgen dat patroon. Aan de grens daalden de hotelnachten van januari tot en met april met 6,7%, in de zomer met 4,5%. Op zondag vroegen independents in Overijssel deze zomer 83% van hun zaterdagprijs (eigen meting, juli en augustus 2026, 96 hotels).
De ontleding laat zien hoe groot elk deel is.
De theorie eronder: de shift-share-analyse
Het artikel laat zien dat het landelijke cijfer vlak is, terwijl de grenshotels krimpen. Dat verschil ontstaat doordat groei uit lagen bestaat. Een deel komt van de markt, een deel van wie je gasten zijn, en een deel van de regio waarin je zit.
Die opdeling heet de shift-share-analyse. De Amerikaanse econoom Edgar Dunn beschreef haar in 1960 om de groei van regio's te verklaren. Ze telt drie delen bij elkaar op: een markteffect, een structuureffect en een regionaal effect. Toegepast op hotels laat ze zien welk deel van een daling uit de markt komt, en welk deel uit de regio zelf.
De shift-share-analyse, toegepast op jouw hotel
1. Markteffect. Dit is wat de hele Nederlandse hotelmarkt doet. Over het afgelopen jaar was dat min 0,1% in overnachtingen. Groeit de markt, dan groeit jouw hotel mee zonder dat je iets doet. Nu levert de markt je vrijwel niets op.
2. Herkomstmix. Dit is het effect van wie je gasten zijn. Landelijk krimpt de Nederlandse hotelgast met 2,0% en groeit de buitenlandse met 1,5%. Een hotel met veel Nederlanders verliest daardoor iets, ook als zijn gasten zich gedragen zoals het landelijke gemiddelde. Voor de grensprovincies samen is dat 0,9 punt. Je gastenmix verklaart dus maar een klein deel.
3. Regionaal effect. Dit is wat overblijft na markt en mix. Het meet hoe dezelfde gast zich in jouw regio gedraagt tegenover de rest van het land. Aan de grens is dat min 4,2 punt, in Drenthe zelfs min 14,7. In Holland is het plus 2,2. Hier zit het verhaal: de Nederlandse gast krimpt aan de grens veel harder dan elders.
4. Eigen restant. Dit is de laag die het CBS niet ziet: jouw hotel tegenover de hotels in je provincie. Een Overijssels hotel dat gelijk blijft, wint ruim 8 punten op zijn provincie. Dat is je commerciële positie, en die stuur je zelf.
Welke effecten kun je sturen?
Het markteffect en het regionale effect zijn markt. Je kunt ze meten, niet veranderen. De herkomstmix kun je op termijn bijsturen, door nieuwe doelgroepen aan te boren, maar het effect ervan is klein. Het eigen restant is volledig van jou: prijs, kanaal, verblijfsduur en beleving. Wie alleen naar het landelijke cijfer kijkt, ziet geen enkele laag apart.
De les: aan de grens ligt het niet aan je gastenmix, maar aan je regio. Dat deel kun je niet sturen, je eigen restant wel. Meet daarom hoe je hotel het doet tegenover je provincie, niet tegenover Nederland.
Bron: CBS StatLine 82061NED, hotelovernachtingen september 2025 tot en met augustus 2026 tegenover een jaar eerder, cijfers over 2026 voorlopig. Herkomstmix = aandeel Nederlandse en buitenlandse nachten in 2025, vermenigvuldigd met de landelijke groei per herkomst. Afrondingsverschillen tot 0,1 punt.
De knik bij de jaarwisseling
Aan de grens lagen de hotelovernachtingen van september tot en met december 2025 nog 3,5% boven twee jaar eerder. Van januari tot en met april 2026 lagen ze 4,4% eronder. Een omslag van acht punten, precies bij de jaarwisseling. Herstel bleef daarna uit, ook in de zomer.
Tegelijk schoof de Nederlandse gast van de regio naar de stad. In Amsterdam boekte hij 12,5% meer hotelnachten dan twee jaar eerder.
Op 1 januari 2026 ging de btw op logies van 9% naar 21%. Die verhoging valt samen met de knik. Dat maakt een prijseffect aannemelijk, maar bewijst het niet. De verhoging gold in de stad net zo goed als aan de grens, en toch groeide de stad. Bovendien begon de daling aan de grens al in de tweede helft van 2025. Lees de btw dus als verklaring voor het moment, niet als de oorzaak van de hele beweging.
De grensprovincies over twaalf maanden
Aan de grens verklaart de gastenmix maar 0,9 van de 5,1 punt daling. De rest is regionaal: dezelfde Nederlandse gast blijft hier harder weg dan elders.
Drenthe heeft de grootste hotelpijn van Nederland: min 16,3%. Van het verlies is 97% Nederlands. Groningen zakt met 9,1%, voor 79% door Nederlandse gasten.
Overijssel verliest 8,2% hotelnachten, terwijl alle accommodaties samen op min 0,3% staan. Het hotel loopt 8 punten achter op de eigen provincie. Zeeland verliest eveneens 8,2%. De provincie zelf herstelde deze zomer via de vakantiewoningen, niet via het hotel.
Limburg verliest 5,5%, en alleen Nederlanders. Noord-Brabant (min 1,5%) en Gelderland (min 0,9%) houden het verlies beperkt.
Het grensartikel van september liet al zien dat de buren over de grens wel groeien.
Het buitenland, en daarin de Duitse gast
De Duitser is de grootste buitenlandse markt, maar hoort bij het buitenland. Over twaalf maanden kost de Duitse gast 126.000 hotelnachten. Dat is een vijfde van het verlies aan Nederlandse gasten.
Op twee plekken is de Duitser wel het verhaal. Aan de kust verloren hotels 233.000 nachten, waarvan 183.000 van Duitse gasten. En in Groningen en Overijssel daalt de Duitse hotelnacht met 15% tot 16%.
Eerder noemde ik de Duitse gast mijn grootste zorg. Die zorg klopt, maar heeft nu een adres: de kust en de noordoostgrens. In Gelderland groeit de Duitse hotelnacht juist, met 3,7%.
Wat deze cijfers niet laten zien
De hotelovernachtingen 2026 zijn volume, geen geld. Wat een hotel per nacht echt ontvangt, meet het CBS niet. De prijsindex van het CBS volgt vraagprijzen, geen kortingen of last-minute-acties.
In het tweede kwartaal lag de omzet van hotels, zonder btw, 2,0% lager dan een jaar eerder. De overnachtingen daalden in die maanden met 1,5%. Per overnachting kwam er dus minder binnen, terwijl de prijsindex een stijging liet zien. Tegelijk stegen de cao-lonen in de horeca met 3,4%.
Ook mijn eigen meting wijst die kant op: deze zomer stond bij ruim 1 op de 6 aangeboden hotelnachten een korting op de grootste boekingssite (eigen meting, juli en augustus 2026, 106 independent hotels in Overijssel).
Aan de grens komt daar het volumeverlies bij. Dat de marge daar harder geraakt wordt, volgt uit de optelsom. Per regio meten kan alleen met eigen metingen of gedeelde hoteldata. Over de marge onder druk schreef ik eerder.
Wat je als grenshotel nu doet
- Meet je herkomst in overnachtingen. Een gast die een nacht korter blijft, kost je omzet zonder dat je hem mist. Splits je nachten in Nederlands, Duits, Belgisch en overig buitenland.
- Vergelijk jezelf met je provincie, niet met Nederland. Leg je eigen ontwikkeling naast die van je provincie en je concurrentieset. Loop je achter, dan ligt het aan je positie. Loop je gelijk op, dan ligt het aan de markt.
- Geef de Nederlandse gast een reden om te blijven. Hij koos deze zomer de stad voor beleving. Bied die beleving in je eigen regio. Denk aan een tweede nacht met een lokaal arrangement, of een midweek. Stuur op je prijspositie per verblijf, niet per nacht.
- Spreid je buitenland, maar reken er niet op. Dat verkleint je risico, maar het grote verschil maak je met stap 2 en 3.
Wat het oplevert
Neem een referentiehotel met 50 kamers, € 120,- gemiddelde kamerprijs exclusief btw en 75% bezetting: 13.688 kamernachten en € 1.642.500,- kameromzet per jaar. Krimpt het mee met het grensgemiddelde van 5,1%, dan kost dat 698 kamernachten, ofwel € 83.760,- kameromzet.
Het CBS telt overnachtingen van personen, geen kamernachten. Dit is een bovengrens, geen garantie: het eigen restant verschilt per hotel.
De kern
De hotelovernachtingen 2026 groeiden deze zomer landelijk, maar aan de grens daalden ze met 4,5%. Uitgezoomd is het geen zomerdip: over twaalf maanden verliezen de zeven grensprovincies bijna een miljoen hotelnachten. De omslag kwam bij de jaarwisseling, tegelijk met de hogere btw op logies. En in het tweede kwartaal kwam er per overnachting minder omzet binnen. Reken daarom met je eigen provincie, in overnachtingen, en stuur op je eigen restant.
Wil je weten waar jouw hotel staat ten opzichte van je eigen regio? Begin met de gratis Quickscan.


