Hotelmarkt Nederland 2026 stagneert, gasten komen maar blijven korter

De drie belangrijkste punten

  • De gasten blijven komen, maar de overnachtingen vlakken af en lopen terug. Er komen evenveel mensen, ze blijven alleen korter. Dat raakt je omzet per gast.
  • De overnachtingen knikken precies rond de jaarwisseling. Dat valt samen met de btw-verhoging op logies per 1 januari 2026. Een indicatie, geen bewijs.
  • De markt stagneert. De groei die er nog is, zit in Amsterdam, een internationale markt. De nationale markt daarbuiten krimpt, buitenstedelijk nog harder.

De hotelmarkt Nederland 2026 stagneert. Dat is de kern van de CBS-cijfers over het eerste halfjaar. Het is een scherpere conclusie dan een kwartaal geleden. In mijn eerste analyse van dit jaar noemde ik de landelijke groei een Amsterdam-illusie. Dat was met de cijfers tot en met april. Nu, met een half jaar aan data, zet die trend door. En hij wordt zorgelijker. De gasten vlakken af, de overnachtingen dalen. Dit artikel loopt van dat landelijke beeld naar jouw regio.

Wil je de cijfers zelf nalopen? Alle data per provincie en per toeristengebied staat in het volledige rapport met de hotelcijfers Nederland. Inclusief de grafieken en de feedermarkten per regio.

Zie dit als de datalaag onder mijn eerdere stuk hotel marge onder druk. Daar beschreef ik hoe de marge klem komt te zitten. De hotelmarkt Nederland 2026 laat zien dat de markt die druk niet komt verlichten. Sterker nog, buiten de steden wordt de druk groter.

De hotelmarkt Nederland 2026 stagneert

Om de trend te zien moet je het seizoen wegfilteren. Dat doe ik met een voortschrijdend jaartotaal. Voor elke maand tel ik de laatste twaalf maanden bij elkaar op. Dat doe ik voor de gasten en voor de overnachtingen. Zet ze op hetzelfde startpunt en je ziet de richting, niet de seizoensruis. De onderliggende reeks staat in het rapport.

Hotelmarkt Nederland 2026, lijngrafiek toont dat de gasten afvlakken en de overnachtingen dalen sinds eind 2025
Voortschrijdend 12-maands totaal, geindexeerd op januari 2024. De donkerblauwe lijn is de overnachtingen, de grijze de gasten. Ze lopen sinds eind 2025 uiteen: overnachtingen dalen, gasten vlakken af.

Twee lijnen die jarenlang samen optrokken, lopen sinds eind 2025 uiteen. De overnachtingen piekten in december 2025 op 65,5 miljoen. In juni 2026 staan ze op 64,9 miljoen, 0,4% onder een jaar eerder. Het eerste minteken sinds jaren. De gasten stijgen ondertussen nog nauwelijks, zo’n 1,8% op jaarbasis, en vlakken af. Meer gasten dus, maar minder nachten.

Dat is de kern van mijn zorg, en de cijfers onderschrijven dat. De markt groeit niet meer. Op overnachtingen, het volume dat je omzet draagt, krimpt hij zelfs. En dit is geen corona-naschok. Het herstel van na de pandemie is allang achter de rug. Dit is de markt zoals hij nu is.

Buiten Amsterdam is de stagnatie verder gevorderd. Datzelfde voortschrijdende jaar piekte buiten de hoofdstad al in april 2025 en staat nu 2,1% onder die piek. Landelijk piekte het pas in december 2025. Amsterdam is een internationale markt die het nationale cijfer op de been houdt. Voor de rest van Nederland loopt het al langer terug.

De knik zit bij de jaarwisseling

Over het halfjaar ontving Nederland 2,0% meer gasten, maar 1,8% minder overnachtingen. Overnachtingen zijn je room nights. Blijven de gasten stabiel en dalen de nachten, dan daalt je omzet per gast. Dan moet je kamerprijs omhoog om alleen al stil te staan. Dit is dezelfde beweging als in mijn eerdere stuk over hotel marge onder druk. Je hotel zit vol, maar de kaspositie klopt niet.

 

Maandelijkse ontwikkeling van gasten en overnachtingen, de overnachtingen knikken rond de btw-verhoging van 1 januari 2026
Verschil per maand met een jaar eerder. De donkerblauwe lijn is de overnachtingen, de grijze de gasten; de stippellijn markeert de btw-verhoging op logies per 1 januari 2026. De gasten blijven op peil, de overnachtingen knikken.

En er zit een moment in. In de tweede helft van 2025 lagen de overnachtingen gemiddeld nog 0,8% boven een jaar eerder. In de eerste helft van 2026 is dat min 1,8%. De omslag zit precies bij de jaarwisseling: december plus 1,1%, januari min 3,5%. De gasten bleven al die tijd op peil. Alleen de overnachtingen knikken.

Die knik valt samen met de btw-verhoging op logies per 1 januari 2026, van 9 naar 21 procent. Dat is een indicatie, geen bewijs. De groei vlakte al af, en feestdagen verschoven tussen de jaren. Maar dat juist de overnachtingen knikken en de gasten niet, past bij prijsgevoelige gasten die een nacht korter blijven. Buiten Amsterdam is de knik sterker: daar zakten de overnachtingen in januari met 5,3%.

De steden groeien, de natuurregio’s leveren in

De krimp is niet gelijk verdeeld. Het CBS deelt Nederland in toeristengebieden in. De steden, bij het CBS de groep Overig Nederland, groeiden 5,9% in gasten. Alle vijf natuur- en leisuregebieden krompen. Samen verloren ze 2,8% gasten en 6,4% overnachtingen. De Kust verloor 7,4% van de gasten.

 

Hotelmarkt Nederland 2026, lijngrafiek toont dat de gasten afvlakken en de overnachtingen dalen sinds eind 2025

Bepaal dus eerst in welke bak jouw hotel zit. Een stadshotel en een natuurhotel beleven op dit moment twee verschillende markten.

Buitenstedelijk verdwijnt ook je eigen gast

Hier wordt het voor de natuurregio’s echt somber. Buiten de steden krimpt niet alleen de buitenlandse gast, maar ook het binnenlands toerisme. En dat is buitenstedelijk veruit je grootste feedermarkt: ruim zeventig procent van de gasten.

Binnenlands toerisme en Duitse gasten krimpen buitenstedelijk harder dan landelijk

Kijk naar het verschil. Landelijk groeide het binnenlands toerisme met 1,4%. In de natuur- en leisuregebieden kromp het met 3,2%. Datzelfde patroon bij de Duitse gast: landelijk min 1,4%, buitenstedelijk min 7,6%. Ook Frankrijk zakt buitenstedelijk weg terwijl het landelijk groeit. Het landelijke gemiddelde onderschat dus de terugval van de natuurregio’s. Je twee belangrijkste feedermarkten zijn de Nederlander en de Duitser. Beide trekken zich hier harder terug dan de landelijke cijfers laten zien.

De Veluwe laat de tweede helft van dit verhaal zien. Dat is een uitgesproken binnenlandmarkt: 84% van de gasten komt uit Nederland, tegen 52% landelijk. Die gasten blijven komen, maar steeds korter. De verblijfsduur zakt van 1,60 naar 1,52 nachten per gast, een daling van 4,7%. Landelijk is die daling 3,7%. Voor de Veluwe zit de klap dus niet in het aantal gasten, maar in hoe lang ze blijven. Minder nachten per boeking, en dus minder omzet per gast. Dit is puur wat ik in de CBS-cijfers zie, zonder verklaring.

Duitsland, de belangrijkste feedermarkt, neemt af

Duitsland is veruit de grootste buitenlandse markt voor Nederland. Buiten Amsterdam wordt dat alleen sterker. Daar is bijna drie op de tien buitenlandse gasten een Duitser. Juist die feedermarkt neemt af. Over het halfjaar kromp die met 1,4% landelijk en 4,4% buiten Amsterdam. Binnen dat halfjaar zit een sprong en een terugval: plus 20,7% in mei, min 9,8% in juni. Dat is het kalendereffect van de verschoven feestdagen.

Duitse hotelgasten per provincie, de natuurprovincies aan de Duitse grens verliezen het meest
Verschil in Duitse hotelgasten per provincie, 2026 tegenover 2025. Rood is krimp, groen is groei; de natuurprovincies aan de Duitse grens verliezen 11 tot 22 procent, Noord-Holland groeit als enige.

Het feit is dat de daling over het halfjaar structureel is. Mijn interpretatie is dat hier deels hetzelfde prijseffect speelt dat de overnachtingen deed knikken. De btw op logies is in Nederland sinds 1 januari 2026 21%. In Duitsland is dat 7%, in België 6%. Voor een Duitse gast vlak over de grens is een korte vakantie thuis daarmee goedkoper. Dat verband is niet bewezen causaal. Het patroon past er wel precies op.

De grensregio’s, kalenderpiek versus structurele terugval

De junicijfers scheiden twee dingen die in mei nog door elkaar liepen. De Duitse mei-piek was een stedentrip-effect. De terugval van de natuurgrens is structureel.

Kijk waar de Duitse gasten in juni wegbleven. Dat was in Amsterdam en de steden, niet aan de grens. Het lange Pinksterweekend ging naar de stad. De natuurgrens deelde daar amper in en zakt los daarvan structureel weg. Groningen verloor 17,0% van zijn gasten over het halfjaar, Drenthe 20,1%. Dat is een op de zes tot een op de vijf gasten.

Voor grensregio hotels aan de Duitse kant betekent dit terugvallen op binnenlandse vraag en directe boekingen. Daar telt scherpe prijssturing en een lager OTA-aandeel het zwaarst. De Duitse gast komt niet vanzelf terug.

De Amsterdam-illusie, opnieuw

Een kwartaal geleden noemde ik dit de Amsterdam-illusie, en die illusie houdt stand. Amsterdam is een internationale stedenmarkt die anders beweegt dan de rest van het land. De hoofdstad leunt op buitenlandse stedentrips, de rest van Nederland op binnenlandse en buurlandvraag. Tel je die twee op, dan vertekent Amsterdam het beeld.

Verschil in hotelgasten, Amsterdam groeit terwijl de rest van Nederland krimpt
Verschil in hotelgasten, 2026 tegenover 2025. Groen is groei, rood is krimp: Amsterdam groeit ruim 9 procent, de rest van Nederland krimpt. Het landelijke plusje is Amsterdam.

Splits ze, en het landelijke plusje valt uit elkaar. Amsterdam groeide 9,1% in gasten. De rest van Nederland is de nationale markt waar de meeste independent hotels zitten. Die kromp met 0,8% gasten en 3,6% overnachtingen. Voor jou buiten de hoofdstad is de internationale stedengroei niet je markt. Jouw markt is de nationale, en die krimpt. En zelfs provinciecijfers misleiden: Gelderland plust dankzij Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn, terwijl de Veluwe gasten en nachten verliest.

Zonder Amsterdam is je buitenlandse gast een buurman

Amsterdam vertekent ook wie je gast is. De hoofdstad trekt veel Britse, Amerikaanse en verre gasten. Haal Amsterdam eruit, en de buitenlandse vraag leunt op de buurlanden. Duitsland is dan 28% van al het buitenland, België 15%. Samen goed voor bijna de helft. Landelijk is dat maar 31%.

Grootste buitenlandse feedermarkten, zonder Amsterdam domineren Duitsland en Belgie
Aandeel van de grootste herkomstlanden in het buitenlandse verblijf. De lichte staaf is Nederland totaal, de gekleurde zonder Amsterdam. Buiten de hoofdstad domineren de buurlanden Duitsland en Belgie.

Het Verenigd Koninkrijk zakt buiten Amsterdam van de tweede naar de derde plek. Van alle Britse gasten zit ruim zestig procent in Amsterdam alleen. Datzelfde geldt voor de Amerikaanse gast. De landelijke cijfers over Britse en Amerikaanse groei gaan dus grotendeels aan de rest van Nederland voorbij. En buiten de hoofdstad is de markt voor bijna twee derde binnenlands, tegen ruim de helft landelijk.

Voor jou telt maar één ding: welke feedermarkten tellen voor jouw regio? Zit je buiten Amsterdam, dan is je buitenlandse gast vooral een Duitser of Belg. En je grootste buitenlandse feedermarkt, Duitsland, krimpt. Bouw je vraagbeeld en je concurrentieset op de markten die voor jou echt tellen.

Wat de hotelmarkt Nederland 2026 betekent voor independent hotels

Voor independent hotels komt uit dit halfjaar één rode draad naar voren. De gasten blijven komen, maar de overnachtingen lopen terug. De markt komt dat niet voor je oplossen. De bijzondere inhaalvraag van de afgelopen jaren is voorbij. Wat groeit is Amsterdam, een internationale markt waar de meeste independent hotels niet in zitten. Reken dus niet op de markt, reken op je positie in de markt.

Vier dingen om nu op te sturen, allemaal binnen je eigen invloed.

Eén: reken met je eigen markt, niet met Nederland. Het landelijke cijfer wordt door Amsterdam opgetrokken, terwijl de nationale markt krimpt, buitenstedelijk nog harder. Bepaal in welke bak je zit en benchmark tegen je concurrentieset.

Twee: stuur op verblijfsduur en kamerprijs, niet op bezoekersaantallen, want daar zit de terugval.

Drie: ken je feedermarkten. Buiten Amsterdam is je gast vooral een Nederlander of een Duitser, en beide trekken zich terug. De Britse en Amerikaanse groei gaat naar de hoofdstad.

Vier: versterk je directe boekingen. Aan de grens en in de natuurregio’s komt de gast niet meer vanzelf terug.

De kortste samenvatting: de markt draagt je omzet niet meer, je eigen positie wel. Meet die positie. Dat kan direct met de gratis Quickscan. Zo bouw je commerciële slagkracht op cijfers in plaats van op het landelijke gemiddelde.

Bronnen. Alle cijfers over de hotelmarkt Nederland 2026 komen uit CBS StatLine, tabel 82061NED, januari tot en met juni, 2026 tegenover 2025. De cijfers over 2026 zijn voorlopig. Het voortschrijdend 12-maands totaal is berekend uit dezelfde reeks. Alle percentages zijn herberekend uit de CBS-brondata en gevalideerd met kruischecks. In het derde kwartaal update ik dit beeld met de zomercijfers.

Wil je meer verdieping op deze cijfers? Neem contact op.

Deel dit artikel

Henri-Dick Rondhuis

"Jouw gevoel klopt. Data helpt je de juiste beslissing tijdig te maken."

Meer inzichten

Hotels in de grensregio verliezen terwijl de buren groeien

In dit artikel. De Nederlandse grensprovincies boeken begin 2026 minder overnachtingen, terwijl de meeste Duitse en Belgische buurregio’s groeien. Hotels in de grensregio voelen de btw-verhoging linksom via de prijs of rechtsom via de marge. De concurrentiepositie van de Nederlandse grensregio’s staat onder druk.

Lees meer »