Hotels in de grensregio verliezen terwijl de buren groeien

In dit artikel. De Nederlandse grensprovincies boeken begin 2026 minder overnachtingen, terwijl de meeste Duitse en Belgische buurregio's groeien. Hotels in de grensregio voelen de btw-verhoging linksom via de prijs of rechtsom via de marge. De concurrentiepositie van de Nederlandse grensregio's staat onder druk.

Stel, je runt een hotel in Zeeland. Je overnachtingen liggen dit jaar 7 procent lager. Je hoort om je heen dat de hele markt hapert. Dat klopt niet.

Veertig kilometer verderop, in Oost-Vlaanderen, groeit het aantal overnachtingen met 3 procent. In Antwerpen met 5 procent. Zelfde kust, zelfde achterland, andere uitkomst.

Ik heb de zeven Nederlandse grensprovincies naast hun directe buren gelegd. Niet naast het landelijke gemiddelde. Naast de regio’s waar dezelfde gast ook had kunnen slapen. Het beeld is scherper dan ik verwachtte.

Niet de grensregio als geheel verzwakt. Vooral de Nederlandse kant blijft achter. En hotels in de grensregio merken dat als eerste.

Wat hotels in de grensregio zien als ze over de grens kijken

Ik vergelijk januari tot en met april 2026 met dezelfde maanden in 2025. Pasen viel beide jaren in die periode, dus de kalender vertekent niet.

De maatstaf is het aantal overnachtingen in alle commerciële logiesaccommodaties. Dat is de best vergelijkbare laag tussen drie landen. Aankomsten gebruik ik alleen ter ondersteuning.

De mediane groei van de zeven Nederlandse grensprovincies is min 2,7 procent. De mediane groei van de zeven aangrenzende Duitse en Belgische regio’s is plus 3,0 procent. Dat verschil is 5,7 procentpunt.

Vijf van de zeven Nederlandse grensprovincies verliezen meer dan 1 procent van hun overnachtingen. Aan de andere kant van de grens geldt dat voor één regio: West-Vlaanderen.

RegioLandOvernachtingen jan tot apr 2026
ZeelandNL−7,4%
DrentheNL−6,6%
Noord-BrabantNL−6,6%
OverijsselNL−2,7%
GroningenNL−2,2%
LimburgNL+0,2%
GelderlandNL+2,3%
West-VlaanderenBE−3,2%
NiedersachsenDE−0,2%
LimburgBE+2,7%
Oost-VlaanderenBE+3,0%
Nordrhein-WestfalenDE+4,6%
AntwerpenBE+5,0%
LuikBE+5,0%

Bron: eigen analyse op cijfers van CBS, IT.NRW, LSN Niedersachsen en Statbel, peildatum 8 september 2026. Alle commerciële accommodaties, januari tot en met april 2026 versus 2025.

Lees de tabel per grenspaar. Zeeland verliest 7,4 procent, Oost-Vlaanderen wint 3,0 procent. Noord-Brabant verliest 6,6 procent, Antwerpen en Belgisch Limburg winnen 5,0 en 2,7 procent. Drenthe verliest 6,6 procent, Niedersachsen blijft met min 0,2 procent vlak.

Hotels in de grensregio, buurregio's groeien 3,0% terwijl Nederlandse grensprovincies overnachtingen verliezen

Nordrhein-Westfalen is het duidelijkste voorbeeld van een groeiende buur. Het aantal aankomsten stijgt daar met 7,1 procent en het aantal overnachtingen met 4,6 procent. Gelderland, dat direct grenst aan die deelstaat, is de enige Nederlandse grensprovincie die duidelijk meegroeit.

Waarom je dit in je eigen cijfers niet ziet

Je ziet in je reserveringssysteem dat je overnachtingen dalen. Je ziet niet waar de gast in plaats daarvan heen ging.

Herkomst wordt in de officiële statistiek per land geregistreerd, niet per regio. Een gast uit Münster die dit jaar in Kleve slaapt in plaats van in Nijmegen, verschijnt nergens als verschuiving. Hij is bij jou een min en in Nordrhein-Westfalen een plus.

Het landelijke gemiddelde helpt evenmin. Nederland als geheel verloor in januari tot en met april 2,2 procent van de overnachtingen. Wie zijn Zeeuwse min 7,4 procent daarnaast legt, denkt dat hij iets verkeerd doet. Wie Oost-Vlaanderen ernaast legt, ziet dat de markt om hem heen wel beweegt.

Regionale economen hebben hier een methode voor. Die splitst de groei van een regio op in wat de nationale markt deed en wat de regio zelf deed. Het theorieblok hieronder legt dat uit.

Verdieping · mag je lezen, hoeft niet

De theorie eronder: shift-share analyse

Het artikel legt de groei van jouw provincie naast de groei van de buurregio. Dat zegt iets over richting, niet over oorzaak. De shift-share analyse haalt die twee uit elkaar. Ze splitst de groei van een regio in twee delen. Het deel dat de nationale markt verklaart en het deel dat de regio zelf verklaart.

De methode komt van de Amerikaanse regionaal econoom Edgar S. Dunn. Hij publiceerde haar in 1960 in de Papers of the Regional Science Association. Overheden en planbureaus gebruiken haar sindsdien. Ze bepalen ermee of een regio meebeweegt met het land of een eigen koers vaart. Toegepast op jouw hotel: de daling in je provincie bestaat uit twee delen. Een landelijk deel dat je moet accepteren en een regionaal deel dat je moet verklaren.

Shift-share analyse in beeld
Landelijk effect Nederland jan tot apr 2026: −2,2% Sectormix effect hotels dalen harder dan campings Groei van jouw provincie Zeeland: −7,4% overnachtingen Regionaal restant Zeeland: −5,2 punt, hier zit het beleid Buurregio als spiegel Oost-Vlaanderen: +3,0%, btw 6%
De groei van een grensprovincie uiteengelegd in drie delen; het artikel meet het totaal en de spiegel, het restant is waar beleid en regio samenkomen.


Shift-share analyse, toegepast op jouw hotel


1. Het landelijke effect. Dit is het deel van je groei dat elke regio in Nederland meekrijgt. Nederland verloor in januari tot en met april 2026 2,2 procent van de overnachtingen. Dat deel van je daling heeft niets met jouw provincie of jouw hotel te maken. Het is de markt. Wie hier tegen vecht met korting, verkoopt kamers goedkoper zonder dat de vraag terugkomt.

2. Het sectormix-effect. Een regio met veel campings en vakantieparken beweegt anders dan een regio met veel hotels. In de Nederlandse grensprovincies dalen hotels harder dan de accommodatiemarkt als geheel. Limburg groeit in totaal met 0,2 procent, terwijl de hotels daar 7,6 procent verliezen. Een deel van jouw daling is dus geen regionaal probleem, maar een hotelprobleem. De gast kiest binnen dezelfde provincie een ander type verblijf, vaak met een lagere prijs per nacht.

3. Het regionale restant. Wat overblijft na het landelijke en het sectoreffect is de eigen koers van de regio. Zeeland daalt 7,4 procent. Trek het landelijke effect van 2,2 procent eraf. Er blijft 5,2 procentpunt over die alleen Zeeland zelf verklaart. In een grensprovincie zit hier het prijsnadeel door beleid. Een gast die Zeeland en de Vlaamse kust vergelijkt, ziet 21 procent btw tegenover 6 procent. Dat restant bevat ook feedermarkten die wegblijven en veranderingen in aanbod. Het is het deel waar jij en de beleidsmaker allebei invloed op hebben.

4. De buurregio als spiegel. De klassieke methode vergelijkt met het eigen land. Voor een grensprovincie is dat te smal. Jouw gast vergelijkt Zeeland met de Vlaamse kust en Nijmegen met Kleve. Daarom leg ik de buurregio ernaast. Groeit die met 3,0 procent terwijl jouw provincie 7,4 procent verliest, dan is het regionale restant geen toeval. Dan werkt er iets structureel in jouw nadeel.

Welke onderdelen kun je sturen?

Het landelijke effect is markt. Daar stuur je niet op, daar pas je je kostenbasis op aan. Het sectormix-effect stuur je deels: een hotel dat concurreert met vakantieparken heeft een ander product en een andere verblijfsduur nodig. Het regionale restant is gedeeld terrein. Het btw-tarief is beleid en ligt bij Den Haag. Hoe je dat tarief opvangt is van jou. Je prijspositie inclusief btw ten opzichte van de buren. De mix van Duitse, Belgische, Nederlandse en zakelijke gasten. En de vraag waar jouw marketingbudget landt. Dat zijn keuzes, geen omstandigheden.

De les: accepteer het landelijke deel van je daling en verklaar het regionale deel. In de Nederlandse grensprovincies is het regionale deel groter dan het landelijke, en een flink stuk daarvan is beleid. Dat is slecht nieuws over je concurrentiepositie en een reden om precies te weten waar je de klap opvangt.

Eigen analyse op cijfers van CBS, IT.NRW, LSN Niedersachsen en Statbel. Januari tot en met april 2026 versus 2025, peildatum 8 september 2026. Het sectormix-effect is niet apart berekend. De accommodatietypen zijn per land niet geharmoniseerd. De toewijzing van het restant aan beleid is interpretatie, geen meting.

Wat de hotelcijfers apart laten zien

De hoofdvergelijking gaat over alle accommodaties, van camping tot hotel. Voor hotels in de grensregio alleen zijn de definities per land minder goed vergelijkbaar. Daarom staan die cijfers hier apart. Gebruik ze als indicatie, niet als bewijs.

Aan Nederlandse kant verliezen hotels in zes van de zeven grensprovincies overnachtingen. Groningen min 8,7 procent, Drenthe min 15,9 procent, Overijssel min 8,1 procent, Zeeland min 14,0 procent, Noord-Brabant min 5,5 procent, Limburg min 7,6 procent. Alleen Gelderland houdt stand met plus 0,4 procent.

Aan buitenlandse kant is het beeld gemengd. Niedersachsen plus 0,8 procent, Antwerpen plus 2,7 procent, Luik plus 0,2 procent. Belgisch Limburg min 0,8 procent. Oost-Vlaanderen min 5,8 procent en West-Vlaanderen min 5,1 procent.

Voor Nordrhein-Westfalen is er geen vergelijkbaar openbaar hotelcijfer over januari tot en met april 2026. Die leemte laat ik open. Een schatting op basis van jaardata zou het beeld vertekenen.

Twee dingen vallen op. Ten eerste dalen Nederlandse hotels harder dan de Nederlandse accommodatiemarkt als geheel. In Limburg groeit de totale markt met 0,2 procent, terwijl hotels 7,6 procent verliezen. De gast kiest binnen de provincie voor een ander type verblijf. Ten tweede zijn de Vlaamse kustprovincies de uitzondering aan de andere kant. Het hotelverlies daar is vergelijkbaar met Noord-Brabant, niet met Zeeland.

Waarom dit een fiscaal probleem is en geen hotelprobleem

Feit: de cijfers tonen bestemmingsmarkten. Ze bewijzen niet dat een Duitse gast de grens overstak. Verschillen hangen ook samen met aanbod, binnenlandse vraag en meetdefinities. Wat hierna volgt is mijn interpretatie als vakgenoot.

Let ook op de perioden. De grensvergelijking loopt tot en met april. De cijfers over doorberekening en zakelijke vraag hieronder lopen langer door. Ik gebruik ze als context, niet als bewijs voor dezelfde maanden.

Per 1 januari 2026 ging de btw op overnachtingen in Nederland van 9 naar 21 procent. Duitsland rekent 7 procent, België 6 procent. Dat verschil bestond al. Het is nu drie keer zo groot.

Een hotelier heeft twee opties. Linksom: hij berekent de verhoging door en staat 11 procent duurder in de zoekresultaten dan vorig jaar. De buurman in Kleve of Knokke niet. Rechtsom: hij berekent niet door en betaalt de verhoging uit zijn marge. Beide routes kosten geld. Er is geen derde route.

De praktijk laat zien dat de meeste hotels rechtsom kiezen. Volgens Statler BI had tot en met augustus 26 procent van de Nederlandse hotels btw en inflatie volledig doorberekend. Bijna driekwart draagt de verhoging dus deels zelf. In Hotel marge onder druk rekende ik in mei voor wat dat een hotel van vijftig kamers kost.

Twee ontwikkelingen versterken het effect aan de grens. De Duitse gast trekt zich terug: in januari tot en met april kwamen 5,7 procent minder Duitse gasten naar Nederland. In Drenthe en Fryslân lag dat verlies boven de 20 procent. Duitsers zijn buiten Amsterdam 28 procent van alle buitenlandse gasten. De cijfers staan in het marktbeeld over januari tot en met april.

De zakelijke gast verdwijnt ook. Landelijk daalde het aantal zakelijke overnachtingen in het eerste halfjaar met 9 procent, volgens CBS. Dat is een langere periode dan mijn grensvergelijking, maar de richting is dezelfde. Die gast boekte doordeweeks en buiten de vakanties. Zonder hem wordt de vraag in grensprovincies met industrie en logistiek grilliger.

De optelsom: een prijsnadeel door beleid, een feedermarkt die wegblijft en een dunnere doordeweekse basis. Dat is geen falen van individuele hotels. Dat is de concurrentiepositie van een regio die onder druk staat. Aan de andere kant van de grens speelt geen van de drie in dezelfde mate. Hotels in de grensregio dragen een last die hun buren niet kennen.

Hoe hotels in de grensregio reageren

Het beleid verander je niet morgen. Waar je de klap opvangt wel.

Stap één. Houd rekening met je benchmark. Vergelijk je bezetting niet alleen met Nederland of met je provincie. Neem de hotels over de grens mee waar jouw gast ook kijkt. Hoe je een concurrentieset bouwt en meet, staat in concurrentieanalyse voor hotels.

Stap twee. Reken je prijspositie ten opzichte van de buren uit inclusief btw. De gast ziet één bedrag. Een kamer van € 120,- exclusief btw kost in Nederland € 145,20 en in Duitsland € 128,40. Dat verschil van € 16,80 per nacht is beleid, geen product. Benoem wat de gast bij jou krijgt, of pas het product aan.

Stap drie. Splits je vraag in Duits, Belgisch, Nederlands en zakelijk. Meet per segment de ontwikkeling van boekingen, verblijfsduur en boekvenster. Het verlies zit vrijwel nooit gelijk verdeeld. In Groningen en Drenthe daalt het aantal gasten harder dan het aantal overnachtingen. Wie blijft, blijft dus langer. Dat is een segment om op te bouwen.

Stap vier. Verschuif marketinginzet naar de segmenten die nog groeien. Belgische gasten groeiden in januari tot en met april in Noord-Brabant met ruim 10 procent. Een hotel dat zijn Duitse verlies met Belgische aanwas compenseert, doet dat bewust, niet per ongeluk.

Stap vijf. Beslis over doorberekening per segment en per dag. Een zakelijke gast op dinsdag is minder prijsgevoelig dan een Duits gezin in de meivakantie. Eén prijsbesluit voor het hele jaar is te grof.

Wat linksom en rechtsom kosten in euro’s

Rekenvoorbeeld met mijn referentiehotel: 50 kamers, ADR € 120,- exclusief btw, bezetting 75 procent, 13.688 kamernachten, kameromzet € 1.642.500,- per jaar.

Rechtsom, de verhoging volledig zelf dragen. De gast betaalt hetzelfde bedrag als in 2025. Van elke kamer van € 130,80 inclusief btw blijft niet € 120,- over, maar € 108,10. Op jaarbasis is dat circa € 163.000,- minder kameromzet. Bij gelijke bezetting.

Linksom, de verhoging volledig doorberekenen. De kameromzet blijft € 1.642.500,-, maar het hotel staat 11 procent duurder in de zoekresultaten. Beweegt de vraag mee met de Nederlandse grensmediaan van min 2,7 procent, dan kost dat 370 kamernachten. Ruim € 44.000,-. Beweegt de vraag mee met de buurregio’s, plus 3,0 procent, dan levert het 411 kamernachten op. Ruim € 49.000,-.

Het gat tussen die twee vraagscenario’s is 780 kamernachten, ofwel circa € 93.600,- per jaar. Voor hotels in de grensregio is dat bedrag het verschil tussen een regio met en een regio zonder prijsnadeel.

Kanttekeningen. Dit zijn bovengrenzen, geen garanties. Een hotel volgt zijn provincie nooit exact. De aanname bij rechtsom is een gelijke prijs inclusief btw en gelijke bezetting. De aanname bij linksom is dat de vraag meebeweegt met de regio. Laat de doorrekening voor jouw hotel controleren door je accountant.

De kern

Hotels in de grensregio hebben geen benchmarkprobleem. Ze hebben een fiscaal beleidsprobleem. De btw op overnachtingen ging van 9 naar 21 procent, terwijl de buren op 6 en 7 procent bleven. Wie doorberekent verliest gasten aan de overkant. Wie niet doorberekent verliest marge. Linksom of rechtsom, de rekening ligt bij het hotel. De concurrentiepositie van de Nederlandse grensregio’s staat daarmee onder druk, en dat is geen keuze van de hotelier. Wat wel een keuze is: weten waar je staat ten opzichte van de buren, per segment en inclusief btw. En bewust kiezen waar je de klap opvangt.

Wil je weten waar jouw hotel staat ten opzichte van de markt om je heen? Start de gratis Quickscan. Ik leg je cijfers naast je concurrentieset en laat zien waar de ruimte zit.

Bronnen: CBS StatLine, logiesaccommodaties per provincie en Statbel, toeristische logies. Cijfers over Duitsland komen van IT.NRW en het Landesamt für Statistik Niedersachsen. De vergelijking is bedoeld voor richting en momentum, niet voor absolute marktomvang. Duitse deelstaten zijn veel groter dan Nederlandse provincies. Een volgende stap voor hotels in de grensregio is inzoomen op de Duitse Kreise langs de grens, zoals Kleve, Borken, Grafschaft Bentheim en Emsland.

Deel dit artikel

Henri-Dick Rondhuis

"Jouw gevoel klopt. Data helpt je de juiste beslissing tijdig te maken."

Meer inzichten