Omzetbudget hotel, zo bouw je het op per segment en kanaal

In dit artikel: een omzetbudget voor een hotel zegt waar de groei vandaan komt. Uit welk seizoen, welke dagsoort, welk segment en welk kanaal. En of dat uit bezetting moet komen of uit prijs.

Je ADR steeg dit jaar. Je marge niet. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ik zie het bij bijna elk independent hotel. De mix onder het gemiddelde is verschoven. Meer zakelijke gasten van één nacht via een boekingssite. Minder gezinnen van drie nachten via je eigen site. De prijs per kamernacht ging omhoog. De kosten per kamernacht gingen harder omhoog.

Een omzetbudget op totalen ziet dat niet. Vorig jaar plus drie procent zegt niets over waar die drie procent vandaan komt.

In hotelbudget maken heb je twee dingen vastgesteld. Je break-evenbezetting, de ondergrens van je jaar. En je kwadrant: groei uit bezetting of uit prijs, in hoogseizoen of laagseizoen. Dit artikel vult dat kwadrant in. Segment voor segment, kanaal voor kanaal, dagsoort voor dagsoort. Het is de uitwerking van stap drie, vier en vijf uit het stappenplan.

Begin hier als je deze week één uur hebt

Haal je kameromzet van de laatste twaalf maanden uit je reserveringssysteem. Twee exports.

De eerste per segment. Zakelijk individueel, leisure individueel, groepen, congressen, en wat jij verder onderscheidt. Zet er per segment drie dingen naast. Het aantal kamernachten. De gemiddelde verblijfsduur. Het kanaal waar het segment vandaan komt. Vier kolommen, één regel per segment.

De tweede per dag van de week. Kamernachten en gemiddelde kamerprijs. Zeven regels, twee kolommen. Kijk waar je structureel vol zit en waar je structureel leeg staat.

Meer niet. Dat ene uur laat zien waar je omzet echt vandaan komt en op welke dagen. Alles hieronder bouwt op die twee overzichten.

Waarom omzet altijd volume maal prijs per segment is

Kameromzet is kamernachten maal prijs. Dat weet iedereen. Wat minder vaak doorwerkt in een budget: elk segment heeft een eigen versie van die formule. Een zakelijke gast boekt twee weken vooruit, blijft één nacht en betaalt de weekdagprijs. Een gezin boekt acht weken vooruit, blijft drie nachten en betaalt de weekendprijs. Een touringcargroep boekt een jaar vooruit tegen een nettotarief ver onder je gemiddelde.

Elk segment heeft dus een eigen prijs, een eigen boekingsritme en een eigen kostenstaart. Schoonmaak, linnen en ontbijt vallen vooral bij aankomst en vertrek. Een verblijf van één nacht kost per kamernacht bijna twee keer zoveel als een verblijf van twee nachten. Dat verschil verdwijnt zodra je alleen naar totalen kijkt.

Wat ik het vaakst mis in een concept-budget is niet eens het segment. Het is de dagsoort. Elk standaardrapport toont maanden en jaartotalen. Dagsoorten zitten er niet standaard in, dus zie je ze niet.

Toch zit daar je makkelijkste ruimte. Een jaargemiddelde van 75 procent bezetting kan bestaan uit een dinsdag die al jaren bijna vol zit en een zondag die al jaren half leeg blijft. Die dinsdag is geen probleem. Het is een kans. Structureel vol betekent dat er meer vraag is dan je prijs laat zien.

Reken het door bij het referentiehotel van 50 kamers. Tweeënvijftig dinsdagen per jaar, bij 92 procent bezetting op die dag. Dat zijn 2.392 kamernachten. Vijf euro meer op alleen die dinsdagen levert € 11.960,- per jaar.

Rekenvoorbeeld. Aanname: 92 procent bezetting op dinsdag tegenover 75 procent jaargemiddeld. De werkelijke dagsoortverdeling verschilt per hotel.

Waarom je totale ADR de mix verbergt

Stel, je ADR gaat van € 118,- naar € 122,-. Goed nieuws, lijkt het. Maar de stijging kwam uit een verschuiving. Minder groepsnachten, meer zakelijke nachten van één nacht via boekingssites. Per kamernacht betaal je nu meer commissie en meer schoonmaak. De bruto-omzet stijgt. Wat onderaan overblijft daalt.

Eén gemiddelde over vijf segmenten vertelt niets over herkomst. Daarom draait dit artikel om één regel. Niet de ADR bepaalt de waarde van een segment. Wat per kamernacht overblijft na distributiekosten en variabele kosten bepaalt die. Dat is dezelfde bijdrage per kamernacht waarmee je in hotelbudget maken je break-even berekende. Hier splits je hem per segment.

Hoe je dat berekent staat verderop. Eerst het mechanisme dat bepaalt of je op tijd bijstuurt: de pick-upcurve.

Verdieping · mag je lezen, hoeft niet

De theorie eronder: de pick-upcurve

Het artikel bouwt een omzetbudget per segment en kanaal. Dat budget is een eindstand per maand. De pick-upcurve laat zien hoe die eindstand zich opbouwt in de weken en maanden ervoor. Het artikel plant de eindstand. De curve vertelt je of je op koers ligt, en of je boven de break-even uit hotelbudget maken blijft.

Het begrip komt uit de luchtvaart. Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen bouwden in de jaren tachtig systemen die per vertrekdatum de opbouw van boekingen volgden. Hotels namen de methode eind jaren tachtig over, met de grote Amerikaanse ketens voorop. De kern is eenvoudig. Voor elke aankomstdatum staat op elk moment een aantal boekingen vast. Het verschil met vorig jaar op hetzelfde moment, het "pace", zegt meer dan de eindstand van vorig jaar.

De pick-upcurve in beeld
individuele gast boekt 12 tot 6 weken vooruit 365 270 180 90 0 Dagen voor aankomst 0% 50% 100% Aandeel van budget geboekt budget, de eindstand dit jaar vorig jaar, zelfde moment Groepen en congressen 9 tot 12 maanden vooruit vandaag Resterende pick-up vandaag nog 24 punten tot budget Pace +8 voorsprong op vorig jaar release allotment
De curve toont per aankomstdatum wat vaststaat, hoe dat zich verhoudt tot vorig jaar en wat er nog moet komen tot het budget; het artikel plant de eindstand, de curve bewaakt het tempo ernaartoe.


De pick-upcurve, toegepast op jouw hotel


1. Boekingsvenster. De periode tussen boeken en aankomst. Elk segment heeft een eigen venster. Groepen en congressen boeken negen tot twaalf maanden vooruit. De individuele gast boekt meestal twaalf tot zes weken vooruit. Op dagen met veel vraag schuift dat venster naar voren. Wie het venster per segment kent, weet wanneer een achterstand nog in te halen is.

2. Gerealiseerde boekingen. Het aantal kamernachten dat vandaag vaststaat voor een aankomstdatum. Vergelijk dit altijd met hetzelfde moment vorig jaar. Sta je in februari op 40 procent voor augustus en vorig jaar op 30 procent, dan loopt de vraag voor. Dat is het moment om de prijs te verhogen, niet om te wachten tot augustus vol is.

3. Annuleringen en release. Een deel van wat vaststaat, valt weer weg. Flexibele tarieven kennen annuleringspercentages van tien tot dertig procent. Een allotment valt op de releasedatum in één keer vrij. Reken daarmee in je curve. Een volle boekingsstand vier weken vooruit met een release op drie weken is geen volle stand.

4. Marktvraag. Wat er van buiten op je datum afkomt: een beurs, een schoolvakantie, een congres, mooi weer. De Demand Calendar uit het artikel legt dit per dag vast. Marktvraag bepaalt hoe steil de curve wordt. Op een piekdag boekt de individuele gast vroeger en accepteert hij een hogere prijs.

5. Resterende pick-up. Het verschil tussen wat vaststaat en het budget voor die datum. Dit is het getal waar je op stuurt. Is de resterende pick-up groter dan wat je in dit venster normaal binnenhaalt, dan moet er iets gebeuren. Prijs, zichtbaarheid of een extra kanaal. Is hij kleiner, dan is je prijs te laag. Zakt de verwachte eindstand onder je break-evenbezetting, dan is het geen omzetvraag meer maar een resultaatvraag.

Welke onderdelen kun je sturen?

Het boekingsvenster en de marktvraag zijn markt. Die stuur je niet, die lees je. De rest stuur je wel. Je prijs per dagsoort, je minimale verblijfsduur op piekdagen, de releasedatum en voorwaarden van een allotment, en welk kanaal welke kamers krijgt. Elke ingreep verschuift de curve. Daarom lees je hem wekelijks, per segment, en niet één keer per maand op totaalniveau.

De les: je stuurt niet op de eindstand maar op het tempo ernaartoe. Een budget zegt waar je in augustus wilt staan. De pick-upcurve zegt in februari al of je daar komt. Wie alleen de eindstand kent, kan alleen achteraf verklaren.

De drie fouten in een omzetbudget hotel

Ik tref ze in bijna elk concept-budget. Niet uit onkunde. Het budget komt erbij, naast alles wat urgenter is.

Budgetteren op totalen. Eén omzetregel, één groeipercentage. Niemand kan daarna zeggen of de groei uit het hoogseizoen komt of uit het laagseizoen. Uit bezetting of uit prijs. Elk van die vier antwoorden vraagt andere marketing- en distributieacties. Het kwadrant uit hotelbudget maken is het antwoord, maar dan moet je het wel per segment en dagsoort invullen. Eerste stap: de twee exports uit de sectie hierboven.

Bruto in plaats van netto. Een kamernacht van € 120,- via een boekingssite kost 15 procent commissie en 1,5 procent betaalkosten. Er blijft € 100,20 over. Dezelfde nacht via je eigen site levert € 118,20 op. Een budget dat € 120,- boekt, boekt geld dat nooit binnenkomt. Eerste stap: zet een kolom “netto na kanaal” naast elke omzetregel.

Een vraagkalender met alleen feestdagen. Pasen en Pinksteren kent iedereen. Het gaat om de beurs in de stad verderop. Om de herfstvakantie in Noordrijn-Westfalen. Om het congres dat elk jaar in mei terugkomt. Eerste stap: de Demand Calendar in de volgende sectie.

Omzetbudget hotel in vier lagen

Laag 1, de Demand Calendar. Dit is de officiële naam voor de vraagkalender. Eén regel per dag van 2027. Per dag noteer je de dagsoort, feestdagen en schoolvakanties in Nederland en Duitsland. Daarnaast evenementen en congressen in je regio. En het verwachte vraagniveau: laag, normaal, hoog of piek.

De vaste ankers voor 2027 staan vast. Nieuwjaarsdag valt op vrijdag. Pasen op 28 en 29 maart. Koningsdag op dinsdag 27 april, Bevrijdingsdag op woensdag 5 mei en Hemelvaart op donderdag 6 mei. Dat is één week met twee brugdagen. Pinksteren op 16 en 17 mei. Kerst op zaterdag en zondag.

De meivakantie loopt landelijk van 24 april tot 2 mei. De voorjaarsvakantie start in het zuiden een week eerder dan in het noorden en midden. De zomervakantie loopt van 10 juli tot 5 september, verspringend per regio. De exacte data per regio staan bij de Rijksoverheid. Zet daar de schoolvakanties van Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen naast. Die bepalen jouw Duitse vraag.

Ik stel hoteliers hierbij geen standaardvraag. Ik wil weten waar de focus ligt. In de week of in het weekend. In de traditionele vakantiemaanden mei, juli, augustus en oktober, of juist in het congresseizoen. Het antwoord typeert het hotel: leisure of zakelijk gedreven. Bijna altijd blijkt het dominante segment sterk en vraagt het andere segment werk. De reserveringsdata geeft de doorslag, niet het gevoel.

Laag 2, het segmentplan. Per segment per maand: kamernachten, prijs en verblijfsduur. Hier komt het boekingsritme in beeld. Groepen en congressen boeken negen tot twaalf maanden vooruit. Zij vormen je basisbezetting. De individuele gast boekt meestal twaalf tot zes weken vooruit en vult de resterende capaciteit. Daarom begint een omzetbudget hotel echt een jaar vooruit. Evenementen zijn dan al bekend en daar wil je goed geprijsd staan.

Let op je sterke dagen. Heb je weekdagen of zaterdagen met veel vraag, dan boekt ook de individuele gast verder vooruit. Sta je dan te laag geprijsd, dan zijn je zaterdagen voor het hele jaar weg voordat het jaar begint. Vraag en aanbod komen hier bij elkaar. Per segment en per dagsoort.

ma di wo do vr za zo week 1 ma di wo do vr za zo week 2 ma di wo do vr za zo week 3 ma di wo do vr za zo week 4 break-even 56% budget 75% vol: 90 tot 95% vrijdag en zaterdag vol: groei in ADR weekdagen op break-even: groei in bezetting, marktaandeel winnen Referentiehotel, 50 kamers, vier weken. Dagpatroon is een aanname, geen meting.
Vrijdag en zaterdag zitten vol, daar zit de groei in prijs. De weekdagen hangen op break-even, daar zit de groei in bezetting en marktaandeel.

Zo ziet dat patroon eruit bij het referentiehotel over vier weken. Vrijdag en zaterdag zitten op 90 tot 95 procent. Daar is geen kamernacht meer te koop, daar groei je in prijs. De weekdagen hangen tussen 56 en 65 procent, rond de break-evenbezetting uit hotelbudget maken. Daar groei je niet in prijs maar in bezetting: nieuwe segmenten bedienen en marktaandeel winnen. Twee dagsoorten, twee knoppen. Dit is het kwadrant uit het basisartikel, maar dan per dag ingevuld.

Laag 3, het kanaalplan. Per segment het kanaal waar de omzet binnenkomt. Eigen site, boekingssite, rechtstreeks contract, touroperator. Hier gaat het vaak mis in de goede bedoeling. Hoteliers willen minder afhankelijk zijn van boekingssites en gaan knijpen. Boekingssites zijn een frenemy. Ze snoepen te veel af en hebben te veel macht. Maar zonder kan een independent hotel niet. Je directe kanaal leeft van het billboard op die sites. Ik boek zelf geen hotel dat ik niet op een grote boekingssite terugvind. Voor gasten is het een waarborg.

Wat het kanaal doet met je resultaat, zie je aan dezelfde drie procent groei uit hotelbudget maken. Daar stonden twee routes: € 3,60 meer prijs of 411 extra kamernachten. Hier de volledige uitwerking per kanaal.

RouteKanaalKosten erafNaar je resultaatFlow-through
Prijs, +€ 3,60Alles direct€ 739,-€ 48.538,-98%
Prijs, +€ 3,60Huidige mix, 58% OTA€ 5.026,-€ 44.251,-90%
Prijs, +€ 3,60Alles via boekingssite€ 8.131,-€ 41.146,-84%
Bezetting, +411 nachtenAlles direct€ 8.580,-€ 40.740,-83%
Bezetting, +411 nachtenHuidige mix, 58% OTA€ 12.871,-€ 36.449,-74%
Bezetting, +411 nachtenAlles via boekingssite€ 15.978,-€ 33.342,-68%

Rekenvoorbeeld bij het referentiehotel. Aannames: commissie 15 procent, betaalkosten 1,5 procent, verblijfsduur 2,1 nachten, variabele kosten € 40,- per verblijf. Deze cijfers verschillen per hotel.

Wat wel werkt, in deze volgorde. Geef je eigen site minimaal hetzelfde aanbod als de boekingssite. Verkoop bijzondere kamertypen zoveel mogelijk direct. Speel met je allocatiebeleid, bijvoorbeeld gratis upgrades voor directe boekers. Pas als je bezetting goed is en je eigen kanaal sterk staat, differentieer je in prijs. Draai je die volgorde om, dan kost het je bezetting en daarna marktaandeel. Meer over die opbouw staat in OTA-aandeel verlagen.

Laag 4, netto kameromzet. Per segment en kanaal: bruto omzet min commissie min betaalkosten. Dat is het getal dat je P&L in gaat. Niet de bruto omzet.

Je segmenten rangschikken op netto bijdrage per kamernacht

De rekenregel is kort. Netto bijdrage per kamernacht is prijs, min distributiekosten, min variabele kosten gedeeld door de verblijfsduur. Variabele kosten reken ik per verblijf, niet per nacht. Schoonmaak, linnen en amenities vallen bij aankomst en vertrek. Twee losse nachten kosten twee volledige schoonmaakbeurten. Eén verblijf van twee nachten kost er één plus een lichte tussenbeurt. Waarom dat zo is en wat je eraan kunt doen, staat in kostenbudget hotel.

Hieronder zes segmenten van het referentiehotel. Rekenvoorbeeld met aannames, geen meting. Commissie 15 procent, betaalkosten 1,5 procent op alle betaalde kanalen, variabele kosten € 40,- per verblijf.

SegmentPrijsVerblijfsduurKanaalkostenVariabel per nachtNetto per kamernacht
Leisure via eigen site€ 120,-2,1€ 1,80€ 19,05€ 99,15
Zakelijk rechtstreeks€ 125,-1,2€ 1,88€ 33,33€ 89,79
Congres of zakelijke groep€ 110,-1,8€ 1,65€ 22,22€ 86,13
Leisure via boekingssite€ 120,-2,1€ 19,80€ 19,05€ 81,15
Zakelijk via boekingssite€ 125,-1,2€ 20,63€ 33,33€ 71,04
Touringcargroep op allotment€ 78,-1,5€ 0,-€ 26,67€ 51,33

Op prijs staat zakelijk bovenaan. Op netto bijdrage staat leisure via je eigen site bovenaan. Zakelijk via een boekingssite zakt onder een congresgroep van € 110,-. Het verschil tussen het beste en het slechtste segment is € 47,82 per kamernacht. Bij dezelfde bezetting.

Zet dit naast je break-even. Het referentiehotel heeft gemiddeld € 88,71 per kamernacht nodig om op 56 procent bezetting quitte te spelen. Drie segmenten zitten daarboven. Drie eronder. Elke kamernacht die je van onder naar boven die lijn verschuift, verlaagt je break-even zonder dat je één kostenpost aanraakt.

Omzetbudget hotel: € 47,82 verschil in netto bijdrage per kamernacht tussen het beste en slechtste segment
Rekenvoorbeeld referentiehotel. Leisure via eigen site € 99,15 per kamernacht, touringcargroep op allotment € 51,33. Aannames: commissie 15 procent, betaalkosten 1,5 procent, variabele kosten € 40,- per verblijf.

Het segment waar ik altijd waakzaam op ben, staat onderaan. Touringcargroepen die met allotments boeken. Een allotment is een blok kamers dat een touroperator vasthoudt tot een afgesproken releasedatum. Je kunt er heel succesvol mee samenwerken. Maar zo’n groep draagt vaak een groot deel van je bezetting en dat brengt drie problemen mee.

Het eerste is de gast. Een groep heeft impact op je andere gasten. Bijt de groep in de doelgroep die je zelf wilt bedienen, overweeg dan goed waarom je het doet.

Het tweede is je kamerrack. Een groep van drie nachten midden in de week blokkeert je doorboekbaarheid. Dat heet straight-line availability: kan een gast aaneengesloten nachten boeken zonder op een vol blok te stuiten. De dag vóór aankomst en de dag na vertrek van de groep staan vaak halfleeg.

Het derde is het allotment zelf. Ook in een wereld waarin iedereen op elk moment boekt, houden partijen jouw kamers vast met een releasedatum. Regel de voorwaarden zo dat het risico niet volledig bij jou ligt. Houd de releasedatum ver genoeg vooruit. Dan kun je nog op de markt reageren zonder leeg te staan of je prijs te dumpen.

F&B en overige omzet meenemen zonder dubbeltellen

Ontbijt, restaurant, parkeren en fietsverhuur krijgen in veel budgetten een eigen groeipercentage. Dat is dubbeltellen. Die omzet volgt je bezette kamers. Koppel elke overige omzetregel aan een driver uit het segmentplan. Ontbijt is bezette kamers maal gasten per kamer maal opname. Parkeren is bezette kamers maal het aandeel gasten met een auto. Een leisuregast neemt vaker het ontbijt dan een zakelijke gast van één nacht. Ook dat verschil zit in je segmentplan.

Groepen boeken vaak een pakketprijs. Splits die uit in kamer, ontbijt en diner voordat je hem in het budget zet. Anders vertekent één groep je ADR en je F&B-omzet tegelijk.

Wat een omzetbudget hotel per segment oplevert

Referentiehotel: 50 kamers, prijs € 120,-, bezetting 75 procent, 58 procent via boekingssites. Dat geeft 13.688 kamernachten en € 1.642.500,- kameromzet. Drie verschuivingen uit het segment-, kanaal- en dagsoortplan, als rekenvoorbeeld.

Vijf euro meer op de dinsdagen die structureel vol zitten. Opbrengst € 11.960,- per jaar. Dat is prijs, op de dagsoort waar de vraag het toelaat.

Vijf procentpunt van de kamernachten van boekingssite naar eigen site, binnen hetzelfde segment. Dat zijn 684 kamernachten maal € 18,- verschil in netto bijdrage. Opbrengst € 12.319,- per jaar. Dat is kanaal.

Vijfhonderd kamernachten van allotment naar leisure via de eigen site. Dat is 500 maal € 47,82. Opbrengst € 23.910,- per jaar. Dat is segment. Het lukt alleen als de individuele vraag op die dagen er is. De Demand Calendar en de pick-upcurve vertellen je dat.

Bij elkaar ruim € 48.000,- op je bruto bedrijfsresultaat, zonder één extra kamer te bouwen. Ter vergelijking: dezelfde omzetgroei van drie procent via € 3,60 extra prijs over alle kamernachten levert € 49.277,- op. Daarvan blijft bij de huidige kanaalmix 90 procent over. Het verschil is dat je hier weet waar het vandaan komt.

Nog één groeikans die ik zelden in een segmentplan zie. Niet een segment, maar een herkomstland. Zit je hotel buiten de Randstad, dan is na Nederland de Duitse markt je belangrijkste feedermarkt. Een feedermarkt is een land dat structureel gasten aanlevert. Juist die markt staat onder druk. Van januari tot en met april 2026 daalde het aantal Duitse gasten buiten Amsterdam met 9,7 procent. In Gelderland met 11,4 procent. Bron: CBS, verwerkt in hotelmarkt Nederland 2026.

Het volume dat er nog is, wil je goed bereiken. Richt je website naast Nederlands en Engels ook in het Duits in. Kijk wat metasearch, de hotelprijsvergelijkers van Google en Trivago, voor die markt kan doen. De herkomst van overnachtingen per regio en sterklasse vind je bij CBS StatLine.

Alle bedragen zijn bovengrenzen uit een rekenvoorbeeld, geen garantie. De aannames voor verblijfsduur, betaalkosten en variabele kosten vervang je door je eigen cijfers. Laat de uitkomst voor je eigen hotel verifiëren door je accountant of controller.

De kern

Een omzetbudget hotel is geen percentage over vorig jaar. Het is een Demand Calendar, een segmentplan, een kanaalplan en een nettoregel. Rangschik je segmenten op wat er per kamernacht overblijft, niet op prijs. Dan zie je waar de groei moet vallen en welke knop erbij hoort. Prijs op de dagen die vol zitten, bezetting op de dagen die op break-even hangen, en het kanaal erbij. Wat je vraagt per dagsoort werk je verder uit in hotel pricing strategie. Hoe je markt en concurrenten in de Demand Calendar meeneemt staat in concurrentieanalyse hotel.

Daarmee is de bovenkant van je budget klaar. De onderkant volgt in het kostenbudget: hoe je je break-even omlaag brengt, en wat vaste en variabele kosten daarmee doen.

De budgettemplate bevat de Demand Calendar 2027 en het segmentplan als losse tabbladen. Twee velden blijven leeg, omdat daar marktdata voor nodig is. Dat staat er eerlijk bij. Download de budgettemplate en vul het uur van deze week erin. Loop je vast, plan dan een Budgetstart-sessie van 45 minuten. Wil je eerst weten waar je hotel commercieel staat, doe dan de gratis Quickscan.

Veelgestelde vragen over een omzetbudget hotel

Hoe bouw je een omzetbudget voor een hotel op?

In vier lagen. Laag één is de vraagkalender: één regel per dag met dagsoort, vakanties, evenementen en verwacht vraagniveau. Laag twee is het segmentplan: kamernachten, prijs en verblijfsduur per segment per maand. Laag drie is het kanaalplan: welk segment via welk kanaal. Laag vier is de nettoregel: bruto omzet min commissie min betaalkosten. Dat nettogetal gaat je P&L in. Het totale kader staat in hotelbudget maken in acht stappen.

Omdat elk segment een eigen prijs, boekingsritme en kostenstaart heeft. Een zakelijke gast van één nacht via een boekingssite levert € 71,04 netto per kamernacht op. Een gezin via de eigen site levert € 99,15 op. Op bruto prijs staat zakelijk bovenaan, op netto onderaan. Een totaalcijfer verbergt die verschuiving. De bijdrage per segment is dezelfde bijdrage waarmee je break-even berekent in het kostenbudget.

Bruto kameromzet min commissie en betaalkosten. Een kamernacht van € 120,- via een boekingssite kost 15 procent commissie en 1,5 procent betaalkosten. Er blijft € 100,20 over. Via de eigen site blijft € 118,20 over. Dat verschil van € 18,- per kamernacht is de reden om de eigen site minimaal hetzelfde aanbod te geven als de boekingssite. Hoe je dat aanpakt, staat in OTA-aandeel verlagen in zes stappen.

De pick-upcurve toont hoeveel kamernachten voor een datum al vaststaan, vergeleken met vorig jaar op hetzelfde moment. Sta je in februari op 40 procent voor augustus en vorig jaar op 30 procent, dan loopt de vraag voor. Je stuurt niet op de eindstand maar op het tempo ernaartoe. Knoppen zijn prijs per dagsoort, minimale verblijfsduur en releasedatum van allotments. Meer over dagelijks sturen op deze cijfers staat in de kennisbank voor independent hotels.

Deel dit artikel

Henri-Dick Rondhuis

"Jouw gevoel klopt. Data helpt je de juiste beslissing tijdig te maken."

Meer inzichten