De drie belangrijkste punten
- De coolcation-gast bestaat. Spaanse hotelgasten groeiden 59% sinds 2019, Spaanse overnachtingen 80%. De mediterrane landen samen groeien bijna vier keer zo hard als het gemiddelde buitenland, en in 2026 versnelt dat.
- Maar hij ligt niet op het strand. Nog geen vier op de honderd Spaanse zomergasten slaapt aan de kust. De mediterrane gast kiest de stad.
- De kust wint wel buitenlandse vraag, meer dan voor corona. Alleen is dat de Duitse gast. En juist die vraag hapert in de eerste helft van 2026.
Coolcation is het reisverhaal van deze zomers. Zuid-Europeanen zouden de hitte thuis ontvluchten en hun vakantie noordwaarts verleggen, naar bestemmingen zoals Nederland. Vrijwel elke publicatie schrijft dat verhaal over, en vrijwel geen enkele rekent het na. Dus heb ik dat gedaan. Zien we coolcation daadwerkelijk terug in de Nederlandse hotelcijfers?
Dit stuk is de verdieping op mijn halfjaaranalyse van de hotelmarkt. Daar liet ik zien dat de markt stagneert en dat de groei vooral in Amsterdam zit. Tegen die achtergrond telt elke feedermarkt die wél hard groeit. Een feedermarkt is het herkomstland waar jouw gasten vandaan komen.
Wat coolcation is en hoe ik het meet
Coolcation is de samentrekking van cool en vacation: vakantie op een koelere bestemming. De aanleiding is reëel. Volgens het Europese klimaatprogramma Copernicus waren 2023 en 2024 de warmste jaren ooit gemeten, met hitterecords rond de Middellandse Zee. De reisbranche vertaalde dat naar een trend: de Zuid-Europeaan trekt naar het noorden.
Die claim is te toetsen. Als coolcation in Nederland bestaat, moet hij op vier plekken in de data zichtbaar zijn.
- Het aandeel buitenlandse gasten en overnachtingen neemt toe.
- Dat aandeel neemt vooral toe aan de kust, waar je de verkoeling zoekt.
- Mediterrane herkomstlanden groeien harder dan het gemiddelde buitenland.
- Die groei concentreert zich in de vakantiemaanden juli en augustus.
Ik toets alle vier op CBS StatLine, tabel 82061NED: hotelgasten en hotelovernachtingen per herkomstland en regio, per maand, van januari 2012 tot en met juni 2026. De cijfers over 2026 zijn voorlopig. Alle percentages heb ik herberekend uit de brondata en gevalideerd met kruischecks
Waar de coolcation-theorie vandaan komt
Coolcation is de samentrekking van cool en vacation: zomervakantie op een koelere bestemming om de hitte thuis te vermijden. De term is jong, maar de theorie erachter komt uit klimaatonderzoek dat al langer loopt. Zo is hij opgebouwd.
| Bouwsteen | Wat de theorie zegt | Wie erover publiceerde |
|---|---|---|
| 1. Aanleiding | De zomers rond de Middellandse Zee worden structureel heter. 2023 en 2024 waren wereldwijd de warmste jaren ooit gemeten, met hitterecords en bosbranden in Zuid-Europa. Op Rhodos werden in juli 2023 duizenden toeristen geëvacueerd. | Copernicus, het klimaatprogramma van de EU |
| 2. Mechanisme | Hitte drukt het reiscomfort in het hoogseizoen. De vraag wijkt dan uit langs twee routes: in tijd, naar het schouderseizoen, of in plaats, naar het noorden. | Klimaat- en toerisme-onderzoek, samengevat door het JRC |
| 3. Voorspelling | Bij verdere opwarming verschuift de toeristische aantrekkelijkheid in Europa van zuid naar noord. Zuidelijke kustbestemmingen verliezen zomervraag, noordelijke landen winnen die. | JRC-studie naar de regionale klimaatimpact op de Europese toerismevraag (2023) |
| 4. Sentiment | Een groeiend deel van de Europese reizigers zegt extreme hitte mee te wegen en koelere of minder drukke bestemmingen te overwegen. | European Travel Commission, doorlopende sentimentmonitoring |
| 5. De term | Internationale reismedia en trendrapporten van reisorganisaties smeedden hier vanaf 2023 het woord coolcation van. Sinds 2024 is het breed overgenomen, ook in Nederlandse media. | Internationale en Nederlandse reisjournalistiek |
Samentrekking van cool en vacation. Zomervakantie op een koelere bestemming, als reactie op hitte in het traditionele vakantiegebied.
De maanden direct voor en na het hoogseizoen, zoals mei, juni en september. De tijd-route van dezelfde theorie: wel naar het zuiden, maar niet in de piekhitte.
Joint Research Centre, de wetenschappelijke dienst van de Europese Commissie. Rekent klimaatscenario's door op economische sectoren, waaronder toerisme.
Het landelijke cijfer bewijst geen coolcation
Vraag één valt meteen tegen. In 2025 was 48,2% van de hotelgasten buitenlands. In 2019 was dat 50,7%. Bij de overnachtingen staat het aandeel op 55,4%, exact het niveau van 2019. Het buitenland-aandeel stijgt weliswaar elk jaar sinds 2022, maar dat is herstel na corona, geen doorbraak.
Buiten Amsterdam is het beeld nog nuchterder. Daar was in 2025 35,4% van de gasten buitenlands, tegen 37,2% in 2019. Wie coolcation in het landelijke totaal zoekt, vindt vooral post-coronaherstel plus de hoofdstad. Dat is dezelfde Amsterdam-illusie die ik eerder dit jaar beschreef.
De kust wint buitenland, maar dat is de Duitser
Vraag twee lijkt eerst wél raak. Het CBS onderscheidt het toeristengebied Kust, de zuiverste meting van de kustzone. Kustprovincies zijn daarvoor te grof, want daar tellen ook steden als Amsterdam en Rotterdam in mee. In het toeristengebied Kust ligt het buitenland-aandeel boven het niveau van voor corona. Van de gasten kwam in 2025 39,9% uit het buitenland, tegen 38,2% in 2019. Bij de overnachtingen steeg het aandeel van 44,1% naar 46,9%. Buitenlandse kustnachten groeiden 24% ten opzichte van 2019, binnenlandse 11%.
Dat klinkt als coolcation. Tot je naar de herkomst kijkt. De groei komt van de Duitse gast, plus 19,5% sinds 2019. Bijna twee derde van de buitenlandse kustgasten is Duits. België bleef vlak en de Britse kustgast verloor 29%. De mediterrane gast speelt aan de kust geen rol van betekenis, daarover zo meer.
Twee kanttekeningen maken het beeld af. De kust wint geen terrein binnen het totale buitenlandse bezoek: 8,6% van alle buitenlandse hotelnachten, tegen 8,3% in 2019. En in de eerste helft van 2026 daalde het aantal buitenlandse kustgasten met 12,9%, de Duitse zelfs met 17%. Dat past bij de bredere Duitse terugval uit mijn halfjaaranalyse. De koele kust is vooralsnog een Duits verhaal, en juist die feedermarkt hapert.
Zuid-Europa groeit bijna vier keer zo hard als de markt
Vraag drie is het hart van de toets, en daar staat het sterkste signaal.
Spanje voert de lijst aan. Van 509 duizend hotelgasten in 2019 naar 809 duizend in 2025, een groei van 59%. Spaanse overnachtingen groeiden zelfs 80%: er komen meer Spanjaarden én ze blijven langer. Daarna volgen Kroatië met 31%, Griekenland met 23% en Portugal met 19%. Frankrijk groeide 9%. Alleen Italië bleef achter, met evenveel gasten als in 2019. Zet daar de referenties naast: het totale buitenland groeide 5%, Duitsland 10%.
Samen groeide het mediterrane blok van 14,1% naar 15,9% van alle buitenlandse gasten. Dat is bijna vier keer de groeivoet van het totale buitenland.
Dit is geen uitschieter en geen statistische breuk. De sprong zit in 2023, het eerste volle reisjaar na de eerste recordzomer. De jaren 2024 en 2025 bevestigen dat niveau maand na maand. En in 2026 versnelt het. In het eerste halfjaar groeiden de mediterrane landen samen 7,9% in gasten, tegen 2,7% voor het totale buitenland. Spanje plus 14%, Portugal plus 18,5%, Griekenland plus 30%, al gaat het bij Griekenland om kleine aantallen. In juni, de eerste zomermaand van dit jaar, stond Spanje 51% boven vorig jaar.
Nog één toets: is dit geen verkapte Amsterdam-groei? Ruim de helft van de mediterrane gasten logeert in de hoofdstad. Maar de groei is buiten Amsterdam even hard of harder. Spaanse gasten groeiden daar 68% sinds 2019. De trend is steden-breed, geen hoofdstad-effect.
De zomer versnelt coolcation, de kust ziet er niets van
Dan vraag vier, de vakantieperiode. Als hitte de drijfveer is, moet de groei in juli en augustus harder gaan dan in de rest van het jaar. Dat klopt.
Franse gasten groeiden 15,4% in de zomermaanden, tegen 7,8% in de rest van het jaar (2025 tegenover 2019). Italianen groeien alleen in de zomer: plus 5,2%, terwijl ze buiten de zomer 2,9% inleverden. Spanje groeide in de zomer 68%, tegen 57% erbuiten. Het totale buitenland heeft ook een zomerpremie, maar een kleinere. En Duitsland, de grootste feedermarkt, heeft er geen. Het patroon past precies bij een hittetrend uit het zuiden.
Totdat je kijkt wáár die zomergasten slapen. Van de 173 duizend Spaanse zomergasten sliepen er 6 duizend in het toeristengebied Kust. Dat is nog geen vier op de honderd. Italië telt er 2 duizend. Portugal en Griekenland komen aan de kust niet boven de vijfhonderd zomergasten uit. De mediterrane zomergast bestaat, maar hij is een stedenbezoeker. Het strand ziet hem amper.
De mediterrane groei vangt de Duitse terugval maar half op
Dan de vraag die er voor de sector echt toe doet. Duitsland is de grootste feedermarkt van Nederland en die hapert. Vangt de mediterrane groei dat verlies op? Het antwoord is gespleten.
In gasten wel, ruimschoots. In het eerste halfjaar van 2026 verloor Nederland 23 duizend Duitse gasten. De mediterrane landen brachten er 100 duizend extra, ruim vier keer het Duitse verlies. Zuid-Europa is bovendien geen niche meer. De zes landen samen zijn landelijk goed voor driekwart van het Duitse gastenvolume. Sinds 2019 leverden ze zelfs meer extra gasten en nachten dan Duitsland.
In overnachtingen niet. De Duitse gast blijft gemiddeld 2,2 nachten en levert dit jaar 124 duizend nachten in. Daar zetten de mediterrane landen maar 38 duizend extra nachten tegenover, minder dan een derde van het gat. De nieuwe mediterrane gasten komen wel, maar het nachtenvolume groeit nauwelijks mee: plus 7,9% gasten, plus 1,3% nachten.
En de plek klopt niet. Het Duitse verlies valt aan de kust, 65 duizend gasten minder, en buiten Amsterdam. De mediterrane winst valt in Amsterdam en de overige steden. Buiten de hoofdstad is het mediterrane blok nog altijd minder dan de helft van de Duitse markt. Voor het hotel dat de Duitse gast verliest, komt de Spaanse er dus niet voor terug.
Wat coolcation betekent voor independent hotels
De toets levert een dubbel antwoord op. Coolcation is echt, maar het is geen kustverhaal. Het is een verschuiving in feedermarkten: mediterrane landen groeien bijna vier keer zo hard als het gemiddelde buitenland, vooral in de zomer, vooral richting steden. En de trend versnelt. Alleen vervangt hij de haperende Duitse feedermarkt niet: wel in gasten, niet in overnachtingen, en niet op de plek waar het verlies valt.
Drie dingen om mee te doen. Eerst: zit je in of bij een stad, dan zijn Spanje, Portugal en Griekenland je snelst groeiende feedermarkten. Die gasten komen juist in jouw drukste maanden en blijven bovengemiddeld lang. Maak je hotel voor ze zichtbaar en boekbaar, van taal tot betaalgemak, en reken die extra vraag mee in je zomerprijzen.
Tweede: zit je aan de kust, bouw je zomer dan niet op de mediterrane belofte uit de media. Jouw buitenlandse groeimarkt van de afgelopen jaren was de Duitse, en die hapert dit jaar. Binnenlandse vraag en directe boekingen wegen daar zwaarder dan een trend die jouw regio niet bereikt. Hoe je je eigen speelveld scherp krijgt, beschreef ik in concurrentieanalyse voor hotels.
Derde: reken niet op het verhaal, reken op je eigen feedermix. Het landelijke coolcation-verhaal zegt niets over jouw gastenbestand. Meet welke herkomstlanden jouw bezetting dragen en welke groeien, dezelfde les als in hotel marge onder druk. Een eerste meting van je eigen positie staat klaar in de gratis Quickscan.
Bronnen. Alle cijfers komen uit CBS StatLine, tabel 82061NED, hotelgasten en hotelovernachtingen per woonland en regio, januari 2012 tot en met juni 2026. De cijfers over 2026 zijn voorlopig. Alle percentages zijn herberekend uit de CBS-brondata en gevalideerd met kruischecks. De maanden juli en augustus 2026 publiceert het CBS in het najaar; dan is de zomertoets voor dit jaar te maken.
Wil je meer verdieping op deze cijfers? Neem contact op.

